zondag 24 februari 2013

Massa

ik breek dit sonnet met mijn handen aan flinters stuk
en bij beetjes deel ik het uit, de steen barst
en hup, die maan laat ik uit mijn ooghoek vallen
als een traan. De zon - daar aan de hemelstand

krast licht door een spiegel aan gruzelementen
die fragmenteer en verveelvoudig ik. Dan versier ik
het tafelkleed met wat verbrokkelde sterren, gooi zo meteen
de man van mijn dromen uit in de vuurzee dronken vervaagt hij,

vraagt hij zich kolkend af van waar
waarom ik mij hul in een pantser

als een biljoen geleedpotigen

waarom ik vermomd ga als een leger.