woensdag 30 september 2009

De tijd doodt alle wonden

Mijn God wat is het hier vergeten
grijs van aard, wij zijn met veel te
velen, vergeef ons -
Wij hebben hier nooit toe besloten
we doen maar na en kijken dan een beetje toe
naar wat er is gedaan.

Wij vragen
want wie is hier nou eigenlijk
het opperwezen?
Schreien krokodillentranen
om wat door wie in gang gezet
aanbiddelijk of onverbiddelijk -
om hoe het ons vergaat.

Wie kent ons lot
hoe trouw herkennen wij, het zijn geen vreemden die weer gingen, verre van -
wie zou dat willen wezen?
En dan, kijk, dit gaat gewoon te ver, het rotten, het sterven.

Mijn God wanneer
zijn wij nou eindelijk eens uitgestorven?

zaterdag 19 september 2009

Overgang


dood
zonder weet van leven

de boom gaat ruisend voor de bijl
doof voor een hogere orde

een dier sterft in blind vertrouwen

de mens gelooft onverwoestbaar
zonder besef
tot het moment daar is

het lichaam
kent angst

vrijdag 18 september 2009

Laatste keer

waaihaar om een vale vrouwenhuid
te dun voor het scherpe zand - zij verbijt
haar lippen bleker als door zout gevormd
tot een korstig landschap
huiverend - haar kust

de zon zal ongezien verzakken
geen purper goud of roosmarijn
waarom weerstaat zij straffe vlagen
beziet het tollend schuim
te bloot om hier te staan?

het vel is oud der dagen
zij bloedt niet meer
het vloeien vraagt haar leven - sap
haar schraalt het wortelzeer - zij is
een boom die werd verplant

zij staat ontdaan

donderdag 17 september 2009

En nu van stonde aan


een vers verlies - het schrijnt-
in straffe vlagen striemt het zand
aan dromen uitgeleefd

wortelwonde schraalt de bomen
die door hem werden verplant
maar ik verzin mij in een nieuwe zon
die rossig op zal komen

ik lief mijn droom
mijn droomgelief de liefste & de ware
die teder streelt& stevig staat
een rots in mij gevaren –

geen boom - ik ga van hand tot hand
ik ben een rups

gevangen door een kind
ik laat een spoor van vraat
een nestje aan een zijden draad
alleen mijzelf om uit te broeden -

mijn liefde is een oude man
hij houdt geen stand
al zwevend is hij vrijer onder ’t firmament
onmachtig inderdaad –

ik ben voorgoed gestopt met bloeden

zondag 13 september 2009

Verlenging van het leven tot tijd en stonde toe.


Elk nieuw verlies verbijt zij op het lege strand,
in straffe vlagen striemend zand houdt zij zich vast aan dromen.
Wortelwonde schraalt de bomen, ruw verplant,
maar zij verzint zich in een nieuwe zon, die rossig op zal komen.

Zij lieft haar droom, haar droomgelief, het liefste droomt zij van de ware,
hij die het tederst streelt en stevig staat en haar in ups
en downs niet meer verlaat, een rots in haar gevaren –
Zij is geen boom, zij gaat van hand tot hand - een rups,

gevangen door een kind, daar voelt zij zich soms mee verwant.
Zij laat een spoor van vraat, een nestje aan een zijden draad,
alleen haarzelf om uit te broeden -

Haar liefde is een oude man, hij houdt geen stand,
zweeft vrijer onder ’t firmament, onmachtig inderdaad –
zij is voorgoed gestopt met bloeden.

woensdag 9 september 2009

Verjaargedachte

Het is een sterfdag slechts voor wie de stilte niet verdragen kan.
Men ziet de jubilaris dwalen aan de overkant. Een man
die zwijgend tot het tal van dwaze stemmen
een woord van stilte richt.

Allen zijn dichters zonder kop, velen zijn vrouw
hun ledematen ook ontdaan van romp.
Hoe wonderlijk zij niet te min
toch in de branding blootsvoets naast hun schoenen staan.

Onschuldig als de zachte golfslag die met onbeschoeide voeten speelt
de hakken dieper doet verzanden.

Onder het zand is hij te voet.
Hoe mooi het dichten hem voor ogen stond
de speelse pennenvruchten vloeiend neergestreken op het grijs verstofte schrift voordat
het leven als een dichtaderlijke bloeding -
hem woordloos door de vingers liep.

Want men kan spreken van succes in sterven
als van het recht te zwijgen en er niet meer toe te doen.
Er is verdriet omdat het laatste woord
terecht naar de verliezer gaat.