donderdag 30 december 2010

Weer

De tijd leert mij mijzelf vergeten
om in haar eindeloze cirkel
ademloos een deel te zijn.

De tijd leert mij mijn kreten te versmelten
met krakend ijs en ongehoord
tot stil als water
mijn verschoten lijf vol
vreemde gaten. Waarom?

Zij heelt en weerom
verbloemen laat.

vrijdag 10 december 2010

Teringsooi

Hij is de toekomst. Hij is buikharig en deels ook barbaar
maar dieper dan eenzaam. Opzichtig stelt hij haar vraag.

De verlatenheid tiert glitterzuchtig. Zij zegt:
Ik wilde dat ik duizend vrouwen was dan was ik hem
wellicht genoeg . Hij zegt haar jij,
jij bent duizend vrouwen en meer.
Alles wat vrouw mag heten ben jij. En zij lacht.

Buiten het blauw
met een sneeuwzware hemel die grijs naar beneden valt,
recht in haar schoot, haar onhandig verrast,
vanwaar misverstandig zij alvast
het verblindend verteren begint. Uitgestald

spreekt de materiezooi over een witachtig paard
gespannen achter een praalwagen
stemloos maar snijdend
tot op het bot

woensdag 1 december 2010

De vraag is sneeuw

Onder dons liggen wij al eeuwen
te willen maar niet weten. Wat?

Ook niet waarheen
wij reiken in de sneeuw
waar niemand je horen kan. Waarom?

Alleen de tijd. Zij klopt niet.
Zij tikt wit zonder einde maar
de boom is verdwenen.
Vergetelheid. Is wat je wilde zeggen
voordat je haar vergat. Je boeken zijn ontbonden
je bent stil
terwijl wij vallen.
En niemand die ons hoort.