stijl van weleer weer zeer in zwang
indachtig regelen van rijmen
organies groeiend zonder dwang
verbonden woord en geen geheimen
stoer van gestel met ruggengraat
en samenhang van onderdelen
haar onverschrokkenheid weerstaat
de gram der experimentelen
ik vecht voor wat ik zeer bemin
nu passies hart en ziel doorvlijmen
en taal verwordt tot dollenpraat
zelfs huwelijkstrouw ten onder gaat...
en dan een breuk, niet meer te lijmen,
ik stop, mij lukt het net zo min
zaterdag 30 augustus 2008
Vlinderen
ik wou dat ik dat witje was
en jij die citroengele
niet sterven achter beeldschermglas
maar lekker buiten spelen
en jij die citroengele
niet sterven achter beeldschermglas
maar lekker buiten spelen
woensdag 27 augustus 2008
Gemiste kans
het helmgras stijfjes in het stuivend zand
dat waaiert op de dreun van golvenruis -
achter een felle schetter schelpengruis
de zee, een streep in heiig lucht&land
de zee die oorsprong is van al dat leeft,
een golf, een lijf dat om wat vrijheid smeekt -
haar wacht de branding die in tranen breekt
maar zij ontspringt de dans- zij heeft
nu geen geduld met zeur&slap gelul,
genoeg gepraat gedaan gedacht beleefd,
het streepje zee loopt dwars door haar verstand
de naakte zon verwarmt haar lichaam gul
het stug weerbarstig zelf dat haar omgeeft
een kleurig hoopje kleding op het strand
dinsdag 12 augustus 2008
Jawel, geluk!
doe niet alsof je mij niet kent
zo lang is het nog niet geleden
ik scheurde op een brommer
langs je huis
'lefgozer!' riep je tegen mij –
ik liet je blozen met mijn voze taal
toch is er veel om mij gevochten
en niet door jou alleen
ik ben wel wat veranderd,
neuken hoeft voor mij niet meer
jawel, je kent mij daar nog van
ik heet geluk
ik doe gedichten nu
met soepele vingers
en een zachte dubbele tong
zo lang is het nog niet geleden
ik scheurde op een brommer
langs je huis
'lefgozer!' riep je tegen mij –
ik liet je blozen met mijn voze taal
toch is er veel om mij gevochten
en niet door jou alleen
ik ben wel wat veranderd,
neuken hoeft voor mij niet meer
jawel, je kent mij daar nog van
ik heet geluk
ik doe gedichten nu
met soepele vingers
en een zachte dubbele tong
dinsdag 5 augustus 2008
Bestorven
Afwezig was hij, als de tijd die verstrijkt
- zo snel als zij vergeet -
bij thuiskomst rook zijn lijf naar reizen,
vreemde mensen – zweet.
Zijn donkerbruine handen streken
langs haar winterwit gezicht,
verlegen om het oude doodgewoon.
De lange stiltes voor de halve woorden
zochten tastbaar naar
hun vanzelfsprekendheid, als betere helften -
het yin en yang te diep verborgen
in haar hongerende huid,
ze lachten wat, er viel niets te verzwijgen.
De oude jas, die in gedachten zo goed paste,
werd ongemerkt te groot
gelijk de afstand tot het afscheid,
waar dit weerzien zonder weerga toe besloot.
Het monster was er, tussen de lakens,
onvermijdelijk als hun bedgenoot.
Daar lag
wat de foto’s en de brieven niet beschreven.
Het was de grote dood.
zaterdag 2 augustus 2008
Klappen
klappen kreeg ik
maar al te vaak
in mijn verleden leven
het is niet
dat ik ze verdien of zo
ik ben gewoon
wat onhandig
in het ontwijken
en ik wil altijd
alleen maar dat
wat ik niet kan krijgen.
maar al te vaak
in mijn verleden leven
het is niet
dat ik ze verdien of zo
ik ben gewoon
wat onhandig
in het ontwijken
en ik wil altijd
alleen maar dat
wat ik niet kan krijgen.
Abonneren op:
Posts (Atom)