zaterdag 9 juli 2011

De wreedheid van april

Ik spaarde weken, maanden, later jaren,
van de tijd die overbleef
om het hardst, om wie de sterkere
gevangen in vlees
kansloos tegen de noordenwind.

Een vorm van luiheid zonder twijfel,
die de strijd niet aangaat –
de krachten niet wil meten
verkiest om niets te weten.

Eenzaam uitgesloten ligt april
vrij van belofte als in mei
het grote moorden de tijd verslaat

wij zijn
in beginsel pril noch absoluut.

Ik stik

O liefste lief het verwatert ons
luisterrijk tot aan de rand
gruwelijk over de top

vliegend en zwemmend tegelijk
radeloos overleven en
het verwoede dolen

klauwend naar
alweer een geloof –
zonder inleiding en zonder slot
dat mij voorschrijft en samenvat

drijfveren tegen betaling
van één obool

Snijpunt

strafbaar is het - strafbaar om zo uitgelaten
springerig het spoor te volgen naar
drie essen en een hondegraf

wichelplaats al leeggegraven
vol van eenzaamheid - de prijs
voor mijn verdorven kus - genadeslag

vier essen en een hondegraf
in spin en holy hinkelbaan zo ingetogen
misty autumndag

o huil maar niet ach huil maar niet
om wat eens dier was en verbonden
slechts leegte heb ik daar gevonden – mateloos

mij terugverlangen liet
naar waar en wat mijn hart verbiedt