woensdag 27 februari 2008

Blijf bij mij

wij kijken naar wondere dingen
naar bomen en wolken en kim
zolang jij er bent als ik ben
en daarom
nu believen ons kruimelt rondom

daarom is het waar
hier verzetten wij grond
om samen de dood te begraven

want bij regen in ontij is het goed dansen
en tedere zonde komt voort uit de zon
al schoot ons de winter schromelijk tekort
in ‘t verre verzomer ‘t geluk dat ons schort

dinsdag 26 februari 2008

De Man (Dood door Bederf)

de nacht nog warm
als het vocht in mijn dekbed
kraam ik het uit
door het verdunde duister
waar je vlijm zijn weg vond
op de tast naar het rot
dat in mij broedde
blindelings
naar het verstorvene in mij


de kil in je denken
wil ik voorbijgaan
laten overgaan
overstijgen tot afgaan
als de wekker
als wij weer weggaan
en uiteindelijk oprotten


maar ik kan niet meer
woorden van je weg laten gaan
aan je overlaten
mij op je verlaten
of langs mij aflaten
glijden als heilige woorden
zoals moord
- wat ook zomaar liefde kan betekenen-


mij tot boetens toe
achterlaten
in niet aflatende angst

zaterdag 23 februari 2008

Bloempje

de dichter
zwijgt zinvol als een bloem
hij raakt mij aan
hij geeft mij licht
ik denk dat hij er is
voorziende
in het voorbijgaan

dinsdag 19 februari 2008

Egelantieren

de wereld overgegaan
met het verhaalde beeld van liefde
op het eerste gezicht

bergen zo hoog als de prijs van loslippigheid
razen en elegantieren

verwonden tot helen
de helft van een menselijk leven

maar nooit uitgehoord raken
aan het bot op de huid zitten
van het laatste woord

maandag 11 februari 2008

Kroongetuige

zal ik tenslotte onschuldig en oud zijn
al mijn bezit zal dan wit of van goud zijn

geen hart zal ik breken
geen mens zal mij smeken

ik leg al mijn wapentuig af
en zing van wat liefde mij gaf …

ach spilde de nachtvorst zijn vlokken ten spijt
de sporen waaraan dit gedicht is gewijd

in het zog van die mij te na zaten zou’t zijn
want één sterveling slechts zal mij vertrouwd zijn

zaterdag 9 februari 2008

Vondelpark

In de zon tussen hoge bomen
wordt mijn smalle dichtwerk overstemd
door een boek met kroeggeluiden en

het ritme in het gras naast de kleurfontein
beweegt mijn lichaam als een feest.
Een open boek met kroeggeluid en
iets dat de muziek verving

in het gras veel groener dan verwacht
pal naast het kleurenfeest
beweegt mijn lichaam een fontein

Mama

de dame houdt van winkelstraten
vleit met mantelwarmte rond haar koude lijf
de wereld is haar vreemd -

kumbaya mama het moederschap
met dijen wiegen uitgedijd

de dame is een graag geziene gast
met koffie naast haar glas een liefhebster
en gul met fooi in vaste schenkerijen -

kumbaya mama het moederschap
een sieraad naast zovele snuisterijen

de dame heeft ook zeker stijl zelfs ingezakt
en aangeschoten op de keukenvloer
verwekend vlees gedwongen tot een sherrykuur –

kumbaya mama het moederschap
voor de liefde is haar mantel veel te duur

en thuis deed zij haar cyclus uit de doeken
maandverbanden bonden diep gelaagd
cosmetica in zwaar geparfumeerde onweerswolken -

kumbaya mama het heilig moederschap
gereedschap nooit nog ingedaald

haar nagels puntig roodgelakt perfect gestifte lippen
haar wereld tot een loden last
zal ik aan haar schoonheid nimmer kunnen tippen

woensdag 6 februari 2008

De Verzamelaar


Museum van leven in veilige kistjes gepast,

een la in een la op een plank in een donkere kast.

De zwermen van vleugels, zij vormen een vliegend gericht,

de grondtroepen zwoegend, een speld door het kermend gewricht.


Soldaten met glanzende pantsers, gestaald in ’t gelid

verstijfd in hun nikkelen kolder, het gruwelijk bezit


van 't schurkachtig kwaad dat woekert in machtige staten,

ontheemden zijn zij, ontrukt aan de blauwe Karpaten.


Tevreden en lachend met eenzame ogen, legt hij

met tedere hand in elk doosje een bedje van zij.


Gespijkerd eenieder, tribuut aan zijn rijk territoir,

zo grimmige kop, geleedpotige knoken ervoor,


en liefdevol schermt hij hen af met een deksel van glas,

verstilt hij de dans, die het zomerse zoemen ooit was.


De engerling glanst in het stoffige strooibare licht,

werd kennis ontsloten, zo bloeiden zijn geest en gewicht.


Zijn grote verwonderde hoofd, rond en vol als de maan,

haalt buitenste-binnen, maakt tastbaar het innig verstaan,


gebed tussen stenen, waar hij nu de eeuwigheid kust,

zijn wetenschap zachtheid en rust, rust oneindige rust.



vrijdag 1 februari 2008

Lotjegetikt


beseffende de kern waaruit de nevel ontsprong
erkennende de nood tot overleven
vaststellende het recht op vruchtgebruik
toe eet en toe tast

in dit wisselvallig grensmilieu
van tegenstellingen
tussen wie zich verbonden voelt

dit hier is aarde
waar bolvormig voedsel vlezig op hoopt
rond de lotus
toe neem ‘t en groeit Lotofagen

de mens houdt zich voor zich
ieder voor zich
vast aan de mens

de houtverbinding
die een scheiding te weeg brengt
als beschuttingwoorden sluizen
van mond op mond

vermengen is makkelijk
verscheiden is een kunst