zaterdag 12 december 2009

Er zijn


versleten veiligheid klautert
naar de rand –
met aangebonden contract
hypotheek in termijnen
danst klaar
uit haar dak
om vertroebeld -
in de jammerlijke spiegeling
van verloren verleden
in ergernis te breken
wat niet erger is
dan huwelijksgetrouw
een kerst aborteren
::

Aan monologen & luchtledig
hier ter tempel geen gebrek,
hoewel matig meer dan snedig -
mijn dichtwerk was een gesprek.

donderdag 3 december 2009

Wintervlinder

Wintervlinder wacht
koudere nachten schorten
tot het bloosfruit lacht

woensdag 2 december 2009

Een levend gedicht

verandering met het tij
voelbaar vloeiend
in de nabloei bottend
verwarrend de seizoenen

geleidelijk vergeten
of voor lange tijd
gegrift gebeiteld
in het smeltend ijs

stil als harde waters
ingevroren in de weekste
warmte of op drift

van tijdelijk
beklijven en
eeuwig blijven schrijven

Zwervend

guurst de handen grof
het vuil voor de wind uitvaagt
de veegploeg uitschot

Wat een getrouwe hoer

door gif te gronde, scheidend
in de strijd om hoe ik heet
leek het of ik vrijheid had

en draag ik als een geuzennaam
domweg gesteld dat door geen god gebonden
verbindingen verloren gaan

te laat mij inzien doet waarom
in wond op wond verstrengeling
het was alsof ik vrijheid had

verdraag mij in één woord -
een ander woord waarin
zich dezelfde daad vertaalt

terwijl - niets te verliezen
ons te samenzijn toch
van geluk verhaalt

Laat

de laatste mensen
drachtig van dat ene – van alleen een
corridor
tot een put gapend
een stille poel van vergiffen is
smal doorgankelijk
een trage kloof over

naar wat grif het eerstgegevene is

dood gelukkig in een verstoorde hemel
in wond op wond verstrengeling
een en al gezicht te zijn
om boekdelen te bespreken
waar het de borststreek verweldigt

Oplosbaar heden

waarom een schoot
om het hoofd in
neer te legggen
levenslang te teren
op een enkel woord

waarom een woord
als alles wat ik liefheb
sterft als nooit gehoord
alleen de dichter danst

waarom een stem
die oplost en vervluchtigt
niet buiten zinnen kan
een dichter danst

zo bedreven in de liefde
moet het toch te leren zijn
oefen in herwonnen
maagdendom
het leven in onstof
verglijdt

leer mij het
versterven aan
droog als hooi verteert
het leed in vuur en vlam
zo snel als hoop vervlogen

een vrouw steevast
verlangt het bed des doods - niet ik -
niets ontziend en ongesteld
word ik ter hand genomen

daar komt het met een schreeuw
in deze tijd
zonder een spoor
zonder een woord
zonder afscheid

en dan
als een en al verleden is
blijf dan een stem
een vreemde liefde
begin daar
waar de hartstocht haar verlaat

vergeet de woorden -
ook een dichter danst
en ik geloof in ritme
zeg hem ga niet voorbij
en hij beklijft

Houdbare liefde

zij staat wat ongemakkelijk mooi
te wezen rank
een meisje
kordaat
een moeder
verlegen kijkend in de lens
niet meer - nog niet - gewend
zo uitgelicht te worden
tegen de schaduw van de licht-schilder
lichaam in de zon
van waarachtig gezien
te zijn ogen - blik
zo zeldzaam
zo eeuwig kort (hier breek ik mijn hart)
sterker dan de dood

dinsdag 10 november 2009

Vriend

die foute boel
is wat je goed bedoelt
ontroostbaar vrolijk
door een mist van wat er mist

nooit geschreven grief tegen het leven
nooit gezegd
geef terug
wij zijn dezelfde
komen uit hetzelfde graf

wat zeggen wil ik
mijn hart belenen wil
licht beschadigd geen bezwaar
en lever te vergeven
wat ook
ik daar op al heb gehad

lege vaten te vervangen
hol dan klinkt het lekker hard

zondag 8 november 2009

De dood gevonden

nu is waar
mijn suizend hoofd
met dode ogen kijkt
maar onverschrokken

te zien hoe
een onzegbaar niets
zich voltrekt als een verlamming
niets meer voelt - dan jouw verlaten lijf
ternauwernood maar niet het mijne

dat kan dus echt
mijn ribben in beton gegoten
en ik kijk toe
verbaasd omdat
mijn adem dat gewicht verzet

zo eindigt het
in een traagvloeibare beweging
langzaam begin
van een ontknoping

er is een bodem
aan de grond van het bestaan
zachter dan gedacht

ik ga er maar op liggen

dinsdag 3 november 2009

Beroep

(Verslag van een zoektocht naar woordloze dimensies van liefde door honger gedreven)

Honger drijft mij,
geen hoop of smal geloof
dwingt mij ’s nachts
tot de godheid
aan het knoppenpaneel, zijn wet is goedertieren.
Hij regelt zijn bassen zwaar
op mijn holle darmen in,
uitgemergeld
tot in het diepst van mijn kreunend perineum
trilt mijn karkas
mee in zijn almacht. Hij is mijn waarheid -
hij leidt mij tot niets.

Daar staat
de dikke man, ik trekt zijn aandacht
te midden van de mensen-stuwing,
op de hartslag van de duisternis duwt mij een zwelling naar buiten,
glipt mij na door een steeg, over een kade.
Het is een glijbaan -
hier volstaat een kort gebaar.

Ik loop voor hem uit, een boegbeeld
snakkend naar brood. Nooit was het beroep
op mijn maagdelijkheid ontvankelijker
dan toen, bij het bestijgen
van het krakend geraamte, de gammele trap.


Ik snak naar brood, er is alleen vlees - ik pleit mij niet vrij,
bezwijk niet. Onder die massa mag ik eten,
dankbaar neem ik zijn slijm, ik ben
meesteres in het belanden.

Honger drijft mij,
de man aan de knoppen, een nieuwe nacht.
Alles is voor niets - van mij
wordt geen enkele uitspraak verwacht.

Happy

als het schip dan tenslotte vergaat
door massale verveling en
vretend aan hunker en junk

geraakt dan het mensdom ten-over vervoerd
maar nimmer vervuld
stuurloos op drift
waar een mens graag
steeds verder in gaat

men neemt ter voldoening het oerwoud
te grazen tot smaad en ten koste
van 't weerloze vee vervuilend
het diepst van de ziel
honger
uw naam is happy meal

donderdag 15 oktober 2009

Spaak lopen in kleiner Verzet op het 8voudig Pad

en toen zat het meisje
met knopjes in t gehoor
dwars achterop zijn gammele fiets

hij maakte snelheid
tegen de wind
gaf al zijn kracht
nodig als brood

want zij vulde ruimte
met waaiende haren
en grensloze rokken
van rozerood snoep

een vloek in nirvana
maar dat hoorden ze niet

woensdag 7 oktober 2009

Middenleven

ooit weet je genoeg
dan vertrek je voorgoed

je verwatert uit angst voor de angst
niet te weten vervult je de geur
van zomerdood
nu al
na de zoveelste stilte
de ruis bij aanlandige wind
verwacht als
de dood van een vader en moeder

dan spreken wij elkaar
niet tegen
maar nu nog niet

maandag 5 oktober 2009

Dood den Dood

betover het gewone
dat wondert te buiten
daar geurt het vernieuwen
het schone ten onder - op en
voluit gebloeid zint & herzint zich

waar god na god verschijnt
in dichtersnaam
denk ik aan jou

woensdag 30 september 2009

De tijd doodt alle wonden

Mijn God wat is het hier vergeten
grijs van aard, wij zijn met veel te
velen, vergeef ons -
Wij hebben hier nooit toe besloten
we doen maar na en kijken dan een beetje toe
naar wat er is gedaan.

Wij vragen
want wie is hier nou eigenlijk
het opperwezen?
Schreien krokodillentranen
om wat door wie in gang gezet
aanbiddelijk of onverbiddelijk -
om hoe het ons vergaat.

Wie kent ons lot
hoe trouw herkennen wij, het zijn geen vreemden die weer gingen, verre van -
wie zou dat willen wezen?
En dan, kijk, dit gaat gewoon te ver, het rotten, het sterven.

Mijn God wanneer
zijn wij nou eindelijk eens uitgestorven?

zaterdag 19 september 2009

Overgang


dood
zonder weet van leven

de boom gaat ruisend voor de bijl
doof voor een hogere orde

een dier sterft in blind vertrouwen

de mens gelooft onverwoestbaar
zonder besef
tot het moment daar is

het lichaam
kent angst

vrijdag 18 september 2009

Laatste keer

waaihaar om een vale vrouwenhuid
te dun voor het scherpe zand - zij verbijt
haar lippen bleker als door zout gevormd
tot een korstig landschap
huiverend - haar kust

de zon zal ongezien verzakken
geen purper goud of roosmarijn
waarom weerstaat zij straffe vlagen
beziet het tollend schuim
te bloot om hier te staan?

het vel is oud der dagen
zij bloedt niet meer
het vloeien vraagt haar leven - sap
haar schraalt het wortelzeer - zij is
een boom die werd verplant

zij staat ontdaan

donderdag 17 september 2009

En nu van stonde aan


een vers verlies - het schrijnt-
in straffe vlagen striemt het zand
aan dromen uitgeleefd

wortelwonde schraalt de bomen
die door hem werden verplant
maar ik verzin mij in een nieuwe zon
die rossig op zal komen

ik lief mijn droom
mijn droomgelief de liefste & de ware
die teder streelt& stevig staat
een rots in mij gevaren –

geen boom - ik ga van hand tot hand
ik ben een rups

gevangen door een kind
ik laat een spoor van vraat
een nestje aan een zijden draad
alleen mijzelf om uit te broeden -

mijn liefde is een oude man
hij houdt geen stand
al zwevend is hij vrijer onder ’t firmament
onmachtig inderdaad –

ik ben voorgoed gestopt met bloeden

zondag 13 september 2009

Verlenging van het leven tot tijd en stonde toe.


Elk nieuw verlies verbijt zij op het lege strand,
in straffe vlagen striemend zand houdt zij zich vast aan dromen.
Wortelwonde schraalt de bomen, ruw verplant,
maar zij verzint zich in een nieuwe zon, die rossig op zal komen.

Zij lieft haar droom, haar droomgelief, het liefste droomt zij van de ware,
hij die het tederst streelt en stevig staat en haar in ups
en downs niet meer verlaat, een rots in haar gevaren –
Zij is geen boom, zij gaat van hand tot hand - een rups,

gevangen door een kind, daar voelt zij zich soms mee verwant.
Zij laat een spoor van vraat, een nestje aan een zijden draad,
alleen haarzelf om uit te broeden -

Haar liefde is een oude man, hij houdt geen stand,
zweeft vrijer onder ’t firmament, onmachtig inderdaad –
zij is voorgoed gestopt met bloeden.

woensdag 9 september 2009

Verjaargedachte

Het is een sterfdag slechts voor wie de stilte niet verdragen kan.
Men ziet de jubilaris dwalen aan de overkant. Een man
die zwijgend tot het tal van dwaze stemmen
een woord van stilte richt.

Allen zijn dichters zonder kop, velen zijn vrouw
hun ledematen ook ontdaan van romp.
Hoe wonderlijk zij niet te min
toch in de branding blootsvoets naast hun schoenen staan.

Onschuldig als de zachte golfslag die met onbeschoeide voeten speelt
de hakken dieper doet verzanden.

Onder het zand is hij te voet.
Hoe mooi het dichten hem voor ogen stond
de speelse pennenvruchten vloeiend neergestreken op het grijs verstofte schrift voordat
het leven als een dichtaderlijke bloeding -
hem woordloos door de vingers liep.

Want men kan spreken van succes in sterven
als van het recht te zwijgen en er niet meer toe te doen.
Er is verdriet omdat het laatste woord
terecht naar de verliezer gaat.