woensdag 16 april 2008

De wanhopige mensheid

het waren de laatste langzame dagen
het zou over bronnen gaan
oceanen de oorsprong van alle leven
het vermorste bloed van dolfijnen

het zou over doden gaan
over het geweten
en over de aard der dingen

de dichtster dacht aan een man
aan missen en missen en missen
en hoe hij stierf
dood ruim voor hij bezweek

met een bijziende sterrenkijker
rollenspel op veel te grote schoenen
zo molenwiekt zij de windsteen rond

onbemiddeld en armhartig
onvermogend wereldvreemd

wat onbeholpen verbastert zij
van dag tot dag een draadje
in kruisstreek onder water

ik dacht aan haar arme vader,
onsterfelijk tot op zijn laatste dag

de dichtster weet niet beter
en schrijft liefde

zaterdag 12 april 2008

Appendix

wie zegt dat
het leven ontluistert

ontstoken geraakt
als de eerste - de beste -
bleek te gaan om een blinde

darm - deel van leven
stroomt zoet kronkelmondend
langs troebele lijnen

zij lacht steen en been
heeft tijd te vergeven
met zout en pekelzonde

in gesprek met de wind
schreeuwt zij het uit
die luistert ben ik

woensdag 9 april 2008

Afscheid van een draadloos netwerk

ik zag er wel wat in
radeloos rad om de as

bleek het te gaan om een vliegwiel
totdat de verbinding brak

ik zag het wel
eerder vaak

ik werd een suikerspin
met tepels als een sproeisysteem

daar liep het spaak

dinsdag 8 april 2008

R

Omdat je de weg weet in Amsterdam West
maar het noorden de grond van je hart is
je verbindt waar verwoorden verward is
licht-zinnigheid taalt en verhaspelt de rest

Omdat je de bloempjes van Bloem geniet
de dood licht beroerd maar vol leven weet
terwijl je je brood met pindakaas eet
de lucht als een fulpen vergezicht ziet

alleen onbegrepen je ontregeld verzet
als woelmuisje door een dijklichaam kroelt
op de bodem der zee het water al voelt
rechtlijnigheid uitleeft tot antizonnet

meedeelzame beelden met woorden smeet
in stilte de waRRe poƫet

vrijdag 4 april 2008

Luchtpost

Waar woon je eigenlijk?
In hout
In steen
In vlees

Of lucht ongrijpbaar
Water - vogel - wezen
Vraagt mij niets

Mijn netten knoop ik
Vetervrij
Want niet in Stof

Alleen

donderdag 3 april 2008

Gemiste kans

in helmgras
golvenruis en schelpengruis
met stuivend zand valt hiervandaan
de zee te zien
de zee
die leven heet

haar oorsprong geeft
het zoute lichaam als een golf
die in de branding breekt
als zilte tranen biggelen
toen zij alsnog de dans ontsprong

schim van geluk
of slap gelul
het breken
of ontbreken van een stem

die wist en waait vervaagt verdwijnt
in denken dat hij denkt
en dat zij denkt dat hij
dat denkt door het verstandig
stug weerbarstig zelf
dat ons omgeeft

gemiste kans
gekleurd in transparant

dinsdag 1 april 2008

Gevonden

vond een amberboom
met adem hart en ongeschonden
jong zo ik ook was - hij was jonger
sterker ook en hard

nog raakt mij het jongenslijf
in ’t polderlandse gras
dat ik licht-zinnig door de ogen zag
het grijs daar ondoorzichtig als kilte was –

maar dat mijn zachtheid ooit bezat
kapot – al na een enkele dag