zondag 30 maart 2008

Buiten

ik speel mij vandaag
te buiten - vang ik ogen -
trek aan oren
vorm een toverkring
van goede-mensen-stemmen
rond een kist -

mijn kist ontvangt
het glitter-end
een gulle muntjesregen

doe een blues en lach een beetje Bach
dag licht en glimme klankendag
en mensenring
wat schor
maar ach
het staat mij vrij
men geeft
om mij

dinsdag 18 maart 2008

Fouten

Het dichtersoog rust
feilloos vlijmend
tussen 't fel gekerfde blauw
en windeveren in zijn blik
met digitaal -
Hij is ziel en meester
vertaald in nul
die één werd grijnzend
in het kale zand -
OH Polderland - mijn lief -
Het dichtersoog verdraagt geen toeval
- licht in stilte -
het ademloze vergezicht -
verdwijnend brandpunt
verstop en verbloem het kwetsbaar
vrouwenlijf

zondag 16 maart 2008

Miskraam

Weet je nog -
die hittegolf

toen wij samen
nat en warm lagen
in het schemerlicht -

druppels, kietelend op onze huid,
gaven koele speldeprikjes

en langzaam kwamen wij klaar
zonder elkaar te raken.

'Oude mensen sterven met dit weer',
zei jij, terwijl je mij met ogen kuste,
ik ademde zwaar.

Een zoete kramp nam bezit
van mijn dijen maar ik voelde niet
hoe het bloed uit mij vloeide.

Hoe konden wij vermoeden dat
nog diezelfde nacht wij
de doden zouden toebehoren?

donderdag 13 maart 2008

Vrouwenlijf

een dichter leeft op barre grond
drijft op restjes levensdiep
dorst naar water maar sterft niet

een dichter kruist op scherp
kerft met verlangen hem te moede
in schraal onvruchtbaar land

een dichter is een man - geen moeder
lijdt onder betrokkenheid - zij voedt
en laaft en schenkt - en sterft

met wie haar als een man ontving
geen dichter overleeft een vrouwenlijf
het vuur vergaat tot letterlijk

woensdag 12 maart 2008

ik


Molens


Lucifer

ja

maak hem de morgenster fonkel
veelkleurig topaas en karbonkel
met het onschuldige wicht

ja ja

het monster Karbonkel leest letterspaghetti
zwoeg éénogig gedrocht
als mestkever over de kale grond

trekt hij zijn sporen
in open voren
faya!

dan versiert ‘t hem hoog paradijswezen
rood kornalijn en robijn

Golliwogg’s koekdans grapt gradus ad Parnassum
het meisje haar kleine mascotte
kan alleen nog maar uitgebeend zijn

affoe van de zoon van de dageraad
groen olivijn en smaragd
licht maar verstandelijk afgebogen
prismatisch
naar iedere uithoek voortgebracht

en daar zat-ie dan

Lucifer troont boven de sterren
met zijn linnen orakeltas
in paars met karmijn en scharlaken getwijnd
van het archetype rebel

dinsdag 11 maart 2008

Dichter

waar licht en lucht tesamen raken grijst
het blauw tot schilderij van helder kijken
laten zijn en stilte hoort daarbij

de vroegte spiegelt roerloos in het
kwetsbaar vlak het ademloze ochtendlicht
hier spreekt hij van een ver gezicht

vergankelijk en levend stervensrijk
bedreigd met bot en blind gaan aan de haal
het rotten heel verfijnd steeds opgediend als galgemaal

door zijn ogen taalt in ernst een spel
een lach die rimpelt in een plaatje
waaruit hij nooit verdwijnen zal

maandag 3 maart 2008

Wat te doen

wat kun je doen met een dichter
die achter je ogen glimt
lint door je aderen onder je huid
die je adem doet stromen
vlindert je dromen
je geweten doet muiten
de bodem bewegen

hem met suiker vergulden
liedjes van hulde
als een bloempje gaan plukken
vol vuur aan je borsten te pletter drukken
het sterren doen regenen

en wat heb je dan
voor elkaar
gekregen?