aan het gedruis van ondertussen
trok het feest van veertig net voorbij -
als vijftig dient het zich weer aan
in bange dromen als een hol gelach
de druif met hop het glas weer heft
waar zuurpruim met verbitter dronk
weer klinkend in mijn oren -
ik maak mij op
het huis aan kant
al klopt het aan die faliekant
onjuist en voor geen meter
welnee, het zit er niet meer in
indachtig alle kansen
die ik vandaag al heb verkeken.
ik droomde van een tuintje
maar werd tweehuizig op een webperceel
met zelfgesponnen wolligheid wel lekker warm
al bleef het onbeduidend
daar viel
al na de eerste trekking
de toekomst van mijn levenslot
het zwarte gat
welaan dat trok