woensdag 25 juni 2008

Spoken


ik wilde rechtstreeks
een lijn
van zijn hoofd naar het mijne
gedachten als sneeuw
naar nu
van hoe het was

als was
wordt een mens
in handen met macht
handelbaar warm
in vormen van vroeger

en maar lachen
we lachten
en lachten als maar
om de huichelaar
door en doortrapt

dwaalgeest
van daarginder naar nu
[tussen zenit en nadir]
wroet hij - een grondwerker
door teleurstelling door
domweg volwassen
zoals het niet was

heb ik weet van het verleden
vertel ik mijn kind
over wie hier begraven
en wat er was
of vergeet ik

een beetje zoals die ene
die stil bleef
alsof het ook zomaar kon
zonder een woord
van erbij zijn

het kwaad als een leugen
voor goed op de rug
van binnenuit zichtbaar
toen er eindelijk opengedaan werd

zaterdag 7 juni 2008

Amsterdam Wereldboekenstad

witheet genummerd
staat het park voor paal

in honderd-en-drie
bloedrode schandelijke
schrammen die interactie
maakt anti
wat heet poo-ee-zie

en zie
het vloekt voor de ogen
Vod a-foneties
het ziet er niet uit
maakt tegen betaling

onder de ogen van Vondel
buiten gewoon onverdraaglijk
een vals geluid

Blaren (huilen kan ik niet meer)

in strofen van pijn en verdriet
verzongen mijn wonden voorbij
verwerden tot wezenloos lied
in leven verstorven voor mij

die lang geen muziek meer geniet
verloren in toonloos geschrei
wier lijf hare lusten verliet
verlangens verstild in kenterend tij

alleen nog een einde aan het bestaan
onder de aarde de waarheid nabij
dan levensdiep lavend daaraan
van twijfel en lasten al vrij

rest zacht en van felheid ontdaan
het zonder jou dood moeten gaan